

Het leggen van Lindura houten vloeren is relatief eenvoudig, want de vloer hoeft niet gelijmd te worden. In plaats daarvan wordt hij zwevend op de ondergrond gelegd, zonder lijm of kleefmiddel. Zo kan de vloer later ook weer zonder restanten en zonder problemen worden verwijderd. Het Fold-down kliksysteem 5G Dry® bij de Lindura landhuisdelen (HD 400) zorgt voor stabiele klikverbindingen.
In principe kunt u de Lindura houten vloer ook volledig verlijmen. Let er dan op dat u een geschikte en goedgekeurde lijm gebruikt.
In deze video-instructie lichten we de zwevende legging van de Lindura landhuisdelen uit de collectie HD 400 toe.
Voor het leggen van Lindura in visgraat verband is er een aparte montage-instructie.

De houten vloer moet voor het leggen acclimatiseren. Leg de ongeopende pakketten hiervoor ca. 48 uur (in de winter ca. 3 à 4 dagen) plat in het midden van de ruimte waarin de vloer wordt gelegd. De kamertemperatuur moet ca. 20 °C (minstens 15 °C) bedragen, bij een relatieve luchtvochtigheid van ca. 30–65%.


Als contactgeluiddempende onderlaag gebruikt u MEISTER-schuimfolie, MEISTER-Silence 15 DB, MEISTER-Silence 20, MEISTER-Silence 25 DB of MEISTER-Twin Control. (Bij het gebruik van MEISTER-Silence 25 DB, MEISTER-Silence 15 DB of MEISTER-Twin Control is een extra PE-folie van 0,2 millimeter overbodig.)

Met het premium fold-down-kliksysteem 5G™ Dry™ wordt de laminaatvloer zwevend en zonder lijm gelegd. Door de 5G™ Dry™-verbinding is het leggen snel en eenvoudig. Bovendien is het een waardevolle plaatsingshulp, want op deze manier komen de planken vanzelf in de juiste stand ten opzichte van elkaar. Til daarbij de plank licht op en haak hem heel eenvoudig met de veer in de groef van de reeds gelegde plank. Druk hem na het neerleggen aan. Het hoorbare klikgeluid bevestigt dat de planken goed verbonden zijn. Het 5G™ Dry™ kliksysteem is bovendien absoluut dicht en biedt een betere waterbestendigheid, omdat er geen vloeistof door de vergrendelde veer-groef-verbinding onder de vloer terecht kan komen.

Verwijder vuil, steentjes etc. van de ondergrond. Begin met het aanbrengen van de benodigde ondergrond (zie hierboven bij "Ondergrond").

Op elke minerale ondergrond (met uitzondering van gietasfaltvloeren) moet een PE-folie (vochtbarrière) met opstaande randen worden gelegd. De banen moeten elkaar min. 20 cm overlappen of worden afgeplakt aan de uiteinden. Als alternatief kunt u een onderlaag uit het assortiment van MEISTER gebruiken met geïntegreerde vochtbarrière, zoals MEISTER Silence 25 DB. De MEISTER-dempende onderlaag moet een drukstabiliteit hebben van > 15 kPa in particuliere woonruimtes of > 60 kPa voor bedrijfsruimtes.

Controleer alle planken vóór het leggen bij daglicht op zichtbare gebreken in de kleur en structuur. Over reeds gelegde producten kan achteraf niet worden gereclameerd.

Plaats de planken uit verschillende pakketten door elkaar.

Let bij het afzagen van de vloerdelen erop op welke zijde u werkt: houd de decorzijde bij tafelzagen naar boven en bij decoupeer- of handcirkelzagen naar beneden.
Begin met het plaatsen van de eerste volledige plank in de linkerhoek van de kamer met de veerzijde naar de wand gericht. Verwijder van alle planken die in de eerste rij worden geplaatst uitsluitend de veer van de lange zijde. Met behulp van wiggen kunt u gemakkelijk de afstand van minstens 15 millimeter tot de wand aanhouden.

Leg de volgende complete plank met de kopse kant in plank 1. Leg de overige planken van deze rij op dezelfde wijze over de gehele kamerbreedte.

De laatste planken van iedere rij worden zo op maat gezaagd dat er een afstand van minstens 15 millimeter tot de wand wordt aangehouden. Het reststuk van de plank kunt u bij een van de volgende rijen als beginstuk gebruiken.

Let erop dat de planken van de eerste rij netjes recht liggen. Zaag de eerste plank van de tweede rij af op ca. 80 centimeter. Haak deze plank met de veer zo ver mogelijk in de groef van de vorige rij en druk de plank in een voorwaarts-neerwaartse draaibeweging langzaam naar beneden. De plank moet daarbij vastklikken in de ervoor gelegde rij.


De volgende volledige plank wordt zoals hiervoor beschreven eerst aan de lange zijde ingedraaid en nog vóór het laten zakken met de kopse kant dicht tegen de voorafgaande plank geschoven. Vervolgens drukt u de plank in een voorwaarts-neerwaartse draaibeweging langzaam omlaag. De plank moet daarbij in de eerder gelegde rij vastklikken en de kopse voeg moet goed op de voorafgaande plank aansluiten. Druk de kopse kant omlaag tot deze hoorbaar vastklikt.

U kunt de overige rijen een voor een volgens dit schema leggen. Let erop dat de afstand tussen de kopse voegen steeds minstens 30–40 cm bedraagt.



De laatste planken van iedere rij worden zo op maat gezaagd dat er een afstand van ca. 15 millimeter tot de wand wordt aangehouden. Om de resterende plankbreedte af te tekenen, wordt de plank met de veerzijde naar de wand gericht neergelegd.


Begin met het invoegen van de laatste rij in de rechterhoek van de kamer (een afstand tot de wand aanhouden van minstens 15 millimeter) en haak de plank in de lengte in de voorlaatste rij. De volgende plank wordt net als hiervoor met de lange zijde ingedraaid en aan de kopse kant neergelegd.
Druk de kopse kant omlaag tot deze hoorbaar vastklikt.